Column
Tussenkomst bij de beleidsverklaring coalitie
31 januari 2007
Een column door Frank Creyelman
Vrienden van de poëzie,
Ik noem jullie zo omwille van het hoge sprookjesgehalte van het werkstuk dat wij hier vandaag mogen bespreken. Het hoge sprookjesgehalte is misschien wel een gevolg van het versterken van het Arabische element in deze raad én in de meerderheid. Waar wij tot voor een paar maand enkel genoegen moesten nemen met de replieken van de heer Ali Salmi, - met de wraak van Jaffar, zeg maar - mogen wij ons nu verheugen in de sprookjes van duizend-en-één nacht. Wellicht heeft de aanwezigheid van twee nieuwe Sheherazades in deze raad daar wat mee te maken.
De beleidsverklaring sprokkelt wat in de programma’s van de meeste partijen, wat op zich niet slecht is. Maar wij missen een duidelijke lijn en zien zelfs een pak tegenspraken. De enige rode draad – letterlijk en figuurlijk – is het opdringen van de diversiteit in alle geledingen van de maatschappij. Tenminste als men de typische linkse prietpraat en het volstoppen met sommige doelgroepen van de sociale economie even buiten beschouwing laat.
Deze beleidsverklaring is een sprookjesboek zonder magie en met een slechte afloop.
Deze beleidsverklaring gaat voorbij aan de essentiële problemen van Mechelen.
Wat zijn de essentiële problemen van Mechelen?
In grote lijnen zijn dat de problemen van een wat verouderde stad, waar de afgelopen jaren wat cosmetische ingrepen zijn gebeurd en waarvan de schijnbare vooruitgang drijft op een politieke marketingstrategie, die we grosso modo kunnen samenvatten als ‘We zijn goed bezig omdat we het zelf zeggen.” Onder dat laagje marketingvernis is de realiteit van het dagelijks leven van de Mechelaars heel anders. Het leven zoals het is, is in Mechelen nog steeds dat van onveiligheid en criminaliteit. Daarnaast leven de Mechelaars op de potentiële tijdbom van de multicultuur.
Voor onze fractie zijn dat de kernproblemen enerzijds criminaliteit en onveiligheid en anderzijds een steeds groter wordende groep allochtonen die door hun getalsterkte en hun sociale situatie steeds minder geneigd zijn om zich in te passen in onze samenleving en waarvan de jeugd revolteert. Los van die kernproblemen worstelen wij met alle andere typische stedelijke beslommeringen in de mobiliteit en in het wonen.
Wat vinden we terug in dit beleidssprookje om aan die kernproblemen te remediëren. Kort gezegd: niets of de verkeerde dingen.
Zeker wat de onveiligheid betreft begint het al goed: de eerste beleidsdaad van de nieuwe coalitie is het afschaffen van de schepen voor veiligheid. Als signaal kan dat wel tellen. Maar het is niet alleen een signaal. We zien dat signaal ook werkelijkheid worden in het beleid.
Zoals in de meeste domeinen komt u ook in het veiligheidsbeleid niet veel verder dan een hoop beloftes die door een ander beleidsniveau moeten worden ingevuld.
Er zal bij de hogere overheid worden op aangedrongen om het veiligheids- en interventiekorps uit te breiden.
U gaat de federale paardenpatrouilles inzetten zonder het budget te verzwaren. U gaat 20 extra wijkagenten inzetten.
U gaat van alles maar dat gaat u allemaal doen terwijl u het huidige budget relatief op hetzelfde niveau wil houden en de investeringen in de politie wil verder zetten. U mag straks eens verklaren hoe u dat wil doen: enerzijds het budget bevriezen en anderzijds meer mensen en middelen inzetten én tegelijkertijd nog een nieuw commissariaat en brandweerkazerne op poten zetten.
Tenzij u ons straks kunt overtuigen, gaan wij er van uit dat van al die beloftes niets in huis komt.
Op deze verplichte maar gratuite beloftes komt dan het socialistisch luik van het veiligheidsbeleid.
U gaat de wijkagenten – de oude en de beloofde - inzetten om samen met maatschappelijk werkers geïsoleerde stadsgenoten op te zoeken. En zo wil u dan het onveiligheidgevoel aanpakken. Samen met de SP.A is dat woord weer terug: onveiligheidgevoel. Het is allemaal niet echt, het is maar een gevoel. Tot voor de verkiezingen waren zowel de VLD als onze fractie het eens dat al dat sociaal werk geen kerntaak is van de politie. Maar ook dat is terug van weggeweest. Eenzame senioren en geïsoleerde stadsgenoten opzoeken, prachtig, wie is daar tegen, maar dat is geen taak voor de politie.
Er is natuurlijk hoop voor de Mechelaar die zich onveilig voelt, want het aantal straathoekwerkers wordt verdubbeld. Dat soort van halfzacht sociaal werk horen wij hier al twintig jaar als dé oplossing voor de problemen, maar waar zijn de resultaten. Straathoekwerk is een onderdeel van de sociale economie, die in overdrive gaat. Nog zo een rode draad door dit beleidsplan: zet zoveel mogelijk mensen uit de doelgroepen aan het werk bij de stad en in de sociale economie.
Wij concluderen dat u na zes jaar van veiligheidsinspanningen terugkeert naar het oude linkse recept van de politieman/maatschappelijk werker, naar de softe aanpak, naar de light versie van het veiligheidsbeleid, daar waar de roep van de bevolking naar de politieman/ordehandhaver, naar de duidelijke normstelling en de harde aanpak nog nooit zo groot is geweest. U negeert dat signaal van de bevolking omwille van het smeden van deze coalitie. De Mechelaars zullen daar jammer genoeg de gevolgen van dragen.
Het tweede essentiële probleem van Mechelen is natuurlijk het samenleven tussen allochtonen en autochtonen. Wat u daaraan doet, is ook alweer terugkeren naar het oude recept van de bepampering en de positieve discriminatie. Ook dat is een constante in de beleidsverklaring: het doordrukken van diversiteit in alle diensten en dus het bevoordelen van de allochtone Mechelaars tegenover de autochtonen.
Het begint al bij de politiediensten waar het politiekorps een afspiegeling moet zijn van de maatschappelijke diversiteit. Het interesseert geen enkele Mechelaar hoeveel allochtonen er bij de politie werken. Het interesseert hem alleen dat hij een goed werkend politiekorps heeft. De Mechelaar wil veilig over straat kunnen lopen en wil ’s nachts rustig kunnen slapen zonder angst voor inbraken. De Mechelaar heeft geen boodschap aan het creëren van meer hefbomen om de diversiteit aan te moedigen zoals staat te lezen in de beleidsverklaring. Die zogenaamde hefbomen zijn verhullend taalgebruik voor het invoeren van gemakkelijker aanwervingcriteria voor allochtonen en niets anders. Daarmee bewijst men niemand een dienst: niet de bevolking, niet de politiemensen. En ook niet de allochtonen. Overigens moeten die hefbomen weer worden gecreëerd door een hoger beleidsniveau.
Bovendien vind ik het ronduit schandalig en grof dat men in punt 26 stelt dat de politie ‘steeds hoffelijk, correct en niet-discriminerend moet optreden en dat men daarvoor concrete acties zal uitwerken”. Net of onze politiemensen zijn allemaal onbeschofte, niet-correcte racisten. Een dergelijke paragraaf lezen we toch ook niet bij andere stadsdiensten, bij de stadswachten of bij de straathoekwerkers. Waarom dan de suggestie wekken dat onze politiemensen niet correct zouden handelen?
Niet alleen de politie, maar ook de stadsdiensten moeten een weerspiegeling zijn van de Mechelse samenleving. En dus moeten er extra inspanningen gedaan worden en positief gediscrimineerd worden om het aantal werknemers uit kansengroepen binnen de stadsdiensten, ook op zichtbare plaatsen, te vergroten. Er zal zelfs gewerkt worden met streefcijfers. Durven de socialisten het aan om tegen hun achterban te zeggen dat ze voortaan in de eerste plaats allochtone Mechelaars zullen aanwerven bij de stad? Durven ze dat zeggen tegen de arbeiders die ze aan het zoeken zijn om parlementair te worden? In Mechelen wellicht wel, want daar is de enige zetel verschoven dank zij de allochtonen, maar in de rest van Vlaanderen? Ik denk het niet.
Men wil de kansengroepen zelfs opzoeken en voorbereiden op de aanwervingexamens van stad en ocmw. Dat gaat men allemaal doen voor die kansengroepen en dan – o ironie - gaat men ‘bij de aanwervingen steeds de best geplaatste op basis van functievereisten selecteren’. Eerst ze voorbereiden en klaarstomen en dan de beste nemen uit een op voorhand beperkte groep. Over een contradictie gesproken.
Is dit nog gelijke kansenbeleid? Neen, dit is het scheeftrekken van de gezonde concurrentie tussen personen ten voordele van steeds dezelfde groep. Dit is het ondermijnen van de goede werking van de stad om koste wat kost een links dogma door te drukken. Waarom moet de politie of de stadsdiensten perse een weerspiegeling zijn van de samenleving? Laat diegene die het best is voor de job worden aangenomen. Leg de verantwoordelijkheid van de jonge allochtonen voor het niet vinden van werk toch niet steeds bij de zogezegd racistische Vlamingen? U hebt toch ook de cijfers gelezen van het aantal allochtonen dat zijn studies afmaakt of hoger onderwijs volgt. Daarin ligt de voornaamste oorzaak van de werkloosheid. En in niets anders.
U wil zelfs de verenigingen verplichten om allochtonen te betrekken bij de werking zoniet krijgen ze minder subsidie. Wat als de werking de allochtonen niet interesseert? Is er in dat geval geen discriminatie van verenigingen die wel hun best doen, maar niet de mogelijkheid hebben op hogere subsidiering?
U weet dat onze fractie van oordeel is dat u het best kon doen met een schepen minder. Als dat in Antwerpen kan, waar zowat alle partijen behalve het Vlaams Belang in het college zitten, moet dat ook kunnen in Mechelen. Toch willen wij vandaag pleiten voor een bevoegdheid meer – geen extra schepenzetel – maar een bevoegdheid nl. een schepen bevoegd voor diplomatieke aangelegenheden.
Wij hebben in dit sprookjesboek vastgesteld dat heel wat punten door andere beleidsniveaus moeten worden gerealiseerd. Sommige zelfs in andere eeuwen en andere dan weer door onze buurgemeenten. Het lijkt mij dan ook geen goed idee om naar aanleiding van een mediatieke wedstrijd onze buurgemeenten te schofferen met hun ‘vuil cinemaken’ en anderen half te bedreigen omdat ze aan de verkeerde steun verlenen. Men kan dat doen aan een Mechels meubelstuk waaraan u de meeste raadsleden regelmatig kan terugvinden, namelijk aan de toog, maar toch beter niet op een publiek forum als burgemeester van een centrumstad.
Als u samen met de buurgemeenten een gemeenschappelijk sociaal woonbeleid wil uitstippelen en met andere woorden de druk van sociaal zwakkeren op Mechelen wil verminderen, dan kan u toch maar beter wat op uw woorden letten. Ik wil trouwens nog wel eens zien hoe geneigd bv. Bonheiden en St Katelijne Waver zullen zijn om een soort sociale dumping vanuit Mechelen te aanvaarden. Herinner u de commotie die er al was omtrent het project aan de Boerenkrijgstraat en dat was niet eens op hun grondgebied.
Vrienden van de poëzie,
Komen we nu tot een aantal bijzonder poëtische momenten uit dit sprookje.
Momenten die onze fractie tot tranen toe hebben bewogen. Van het lachen, uiteraard.
Zo lezen wij in punt 60 dat er ‘op de industrieterreinen voldoende ruimte moet beschikbaar zijn voor industriële activiteiten’. Dat ik dit nog mag meemaken. Voldoende ruimte op industrieterreinen voor bedrijven. Dat we daar zelf niet opgekomen zijn.
Deze beklijvende zinswending wordt gevolgd door punt 65 waarin gepleit wordt voor de doorwaadbaarheid van woonprojecten. Ik neem aan dat men daarmee het project Spreeuwenhoek-Venne bedoeld. Als men de resultaten van de watertoets bekijkt, dan zou het best kunnen dat de straten van dit woonproject bij de eerste de beste regenbui slechts bereikbaar zijn met een binnenschip.
Deze twee leuke dingen voor de mens maar om nogmaals aan te tonen dat dit beleidsplan vlug, zeer vlug is bij mekaar geschreven. Kwestie van er één te hebben en niet zozeer omwille van een duidelijk beleid.
U wil de vesten omtoveren tot groene boulevards met twee nieuwe pleinen – het Brusselpoortplein en het Hogeschoolplein – met voldoende parkeergelegenheid op of onder de boulevards. Op zich een goed idee. Alleen zijn dit gewestwegen en hebt u daar geen bevoegdheid over. Als wij vanuit onze fractie vroegen voor zoiets eenvoudig als een groene golf, het aanpassen van de verkeerslichten aan de maximumsnelheid, dan kregen we dat altijd te horen. Het gaat niet, het gewest wil niet mee. Maar een tunnel en een paar pleinen zou geen probleem zijn. Die plannen zijn niet nieuw. Staan de besprekingen al zover dat wij dat deze eeuw nog gaan meemaken.
Qua mobiliteit zijn er nog dringende zaken. Het kruispunt aan Nekkerspoel zorgt iedere dag voor files. Of de doortocht van Hombeek, ook daar iedere dag drukte en files. Doe daar misschien eerst wat aan.
Ook onze fractie heeft van het Mechels Mobiliteitscomité de vraag gekregen om de bestaande parkeersituatie op de vesten (het gratis parkeren op een 500tal plaatsen) te bevriezen tot na de geplande onderhandelingen tussen stad en MMC.
Wat de andere punten van het MMC betreft zal er wel wat langer werk nodig zijn, maar wij hopen alleszins dat u vandaag reeds de toezegging kunt doen omtrent de parkeersituatie op de vesten.
Los daarvan moet er ook worden nagedacht over de parkeerproblemen van de werknemers. Bijvoorbeeld het onderwijzend personeel heeft het niet gemakkelijk om betaalbaar te parkeren. En er zijn ongetwijfeld nog andere groepen die het moeilijk hebben met het veralgemeend betalend parkeren.
Wij lezen in punt 81 dat Mechelen maximaal gebruik gaat maken van de nieuwe mogelijkheden van de Vlaamse wooncode. Huurders – zo klinkt het stoer – krijgen maar een woning toegewezen als ze bereid zijn Nederlands te leren. Die bereidheid wordt systematisch gecontroleerd. De bereidheid wordt gecontroleerd, niet het Nederlands. Hoe gaat u dat doen? Is het voldoende om ingeschreven te zijn in een cursus Nederlands? Wie levenslang leert heeft levenslang een woning. En wat gaat u doen als iemand zelfs niet meer de bereidheid aan de dag legt om Nederlands te leren. Gaat u die persoon uit zijn woning zetten? Enige duidelijkheid daarover, want dit is een belangrijk punt.
We lezen ook dat de stad een eigen toewijzingsreglement gaat uitwerken dat rekening houdt met de lokale binding, de leefbaarheid, de diversiteit en de sociale mix in de sociale huisvesting. Als u dat toewijzingsreglement uitwerkt, dan willen wij daar als oppositie bij betrokken worden, want dit is zeer belangrijk. De steeds verder gaande magrebisering van onze sociale woonwijken is één van de belangrijkste redenen van de samenlevingsproblemen in onze stad. Zeker bij dit punt is enige durf op zijn plaats. Ik ben er van overtuigd dat hiervoor gedurfde oplossingen brengen in het voordeel is van iedereen, zowel van goedmenende allochtonen als autochtonen. Wij pleiten in dat verband ook voor jaarlijkse rapportering zoals dat enkele jaren geleden door de MGW éénmalig werd gedaan. Als het u ernst is met de sociale mix dan moet u ook de juiste cijfers kennen. Sociale mix wil zeggen cijfers over huurders naar etnische afkomst en niet enkel naar identiteitskaart.
Ik heb geen onderdeel democratie gevonden in de beleidsverklaring, wat jammer is, want ook daarover valt wel wat te zeggen, maar ik hoor bij de mediacommunicatie van de meerderheid systematisch de woorden positief en ambitieus vallen. Positief en ambitieus, dat is de meerderheid. Negatief en bekrompen dat is de oppositie.
Het is niet omdat men kritiek heeft op het beleid dat men negatief is. Kritiek en kritisch denken voedt het debat en het is de motor van elke maatschappelijke vooruitgang.
Het is de taak van de oppositie om oppositie te voeren. Het is onze taak om het beleid kritisch te analyseren en op de korrel te nemen waar nodig.
Het is trouwens bijzonder eigenaardig dat diegenen die de voorbije zes jaar en tot aan de verkiezingen het etiket negatief opgekleefd kregen nu – in de meerderheid – ineens positivo’s zijn geworden. Mijnheer Bervoets wordt misschien anders geflankeerd, maar hijzelf en zijn partij zijn nog steeds dezelfden van een paar maand geleden.
Anderzijds zijn de “alte CD&Vkameraden” van weleer – die waarvan door sommigen altijd werd gezegd “we zijn goed bezig en we gaan zeker door” - plots collega’s geworden van de onverbeterlijke, onverdraagzame en tot op het bot verzuurde negativisten van het Vlaams Belang. Het is toch altijd wonderbaarlijk om zien hoe snel een mens van goede wil plots kan veranderen in Belzebub zelf en omgekeerd.
Omdat ik aan dat onterechte beeld van negativisme dat systematisch door onze politieke tegenstanders wordt opgeklopt iets wil doen, sluit ik af met een positieve voetnoot.
Na enig zoekwerk hebben mijn microscoop en ik inderdaad ook positief nieuws gevonden in de beleidsverklaring, meer bepaald in punt 326 waar men stelt dat de inkomsten uit de algemene personenbelasting en de onroerende voorheffing nooit het gemiddelde van de 13 Vlaamse centrumsteden mogen overschrijden.
Kijk, dat vind ik nu goed nieuws voor de Mechelse belastingbetaler want dit betekent dat zowel de aanvullende personenbelasting als de onroerende voorheffing zullen dalen respectievelijk van 7,8% naar 7,4% en van 1575 naar 1458 opcentiemen. Dat is immers het gemiddelde van de Vlaamse centrumsteden. Wij hopen dat u ons dat zodadelijk wil bevestigen en wachten vol ongeduld op deze bescheiden stap in de goede richting.
Dit beleidssprookje staat bol van de goede intenties die in volgende eeuwen zullen worden gerealiseerd en betaald door anderen.
Dit beleidssprookje staat ook vol met ronduit slechte ideeën die onmiddellijk zullen worden uitgevoerd en betaald door de Mechelaars.
De onduidelijkheid en de contradicties, het verdoezelen van de echte problemen van Mechelen en vooral het teruggooien van Mechelen naar de rode jaren maken dat dit sprookje op termijn zal ontaarden in een nachtmerrie. Brussel dankt u daarvoor, mijnheer Somers, maar Mechelen niet.
Categorie: